De tentoonstelling En wel hierom! is een doorslaand succes. Als u dit leest zijn er zo om en nabij 20.000 bezoekers speciaal op afgekomen. En dus is het ook in de experience weer flink vol. De 150.000ste bezoeker passeerde intussen de kassa. Benieuwd wat de vakantie gaat doen: we hebben nu ook nog het weer mee, buitenspelen is maar zelden een optie, maar zodra de zon wat hardnekkiger gaat schijnen zal het wel weer rustiger worden. We kunnen er nog niet veel van zeggen.
Zeker is wel dat het feesten en partijen circuit ons nog steeds goed weet te vinden. Een hele grote was de presentatie van een nieuwe Philips flatscreen televisie, waarvoor het gebouw weer helemaal op de schop ging. Silhouet-dansers in de canyon, tientallen tv's en borreltafels in het atrium en Theater 1 geheel omgetoverd tot een 'zwarte doos' met zang, dans, rookmachines en live laserharp. Groots! Het was op een maandag, want zulke 'verbouwingen' kunnen niet tussen het gewone publiek door. We zijn al een tijdje bezig om positie te bepalen in deze branche: het lijkt erop of iedereen wel groots wil uitpakken met partijen en presentaties in ons gebouw, maar we zijn natuurlijk niet de Jaarbeurs, of Studio 21. Zulke grote dingen kunnen we niet
aan, maar ook willen we niet dat het prachtige atrium telkens schuil gaat achter theaterdoeken, bedrijfslogo's, tafelstukken, banners en andere spullen die bedrijven naar binnen zeulen als ze hier een bijeenkomst hebben. Daarnaast betekent het regelmatig ingrijpende technische aanpassingen in de theaterzalen; en dan mogen wij na afloop maar weer zien dat we de boel weer aan de praat krijgen zoals het oorspronkelijk bedoeld was. Bovendien: we hebben ons gebruikelijke publiek, dat niet het gevoel moet krijgen dat ze andersmans feestje binnenkuieren. Dat alles vraagt nog wat studie, uitmondend in een aangepaste presentatiemap waarin we duidelijk uiteenzetten wat we doen en hoe.
Onlangs werd bekend dat Arnhem de vestigingsplaats gaat worden voor het nieuwe Nationaal Historisch Museum. Gefeliciteerd Arnhem. Daar gaat Beeld en Geluid ook nog wel wat van merken, want hier ligt natuurlijk een schat aan materiaal over de afgelopen honderd jaar. De naam van Beeld en Geluid viel dan ook in de plannen van alledrie de steden. Het canon-venster 'televisie' is vanzelfsprekend helemaal bij ons te vinden, maar ook de rest van de recente geschiedenis is in alle rijkdom bij ons terug te zien en te horen. Die canon weet wat, trouwens: alle erfgoed-instellingen praten over niets anders meer, lijkt het wel. Ik ben er zelf ook nogal mee bezig, de afgelopen tijd. En telkens weer blijkt hoe flexibel en rijk onze collectie is. Je kunt letterlijk geen thema noemen of we kunnen het invullen. Ontdekkingsreizen? Van VOC tot Boudewijn Büch, we hebben er films en programma's over. Waterbeheer levert een bijna onuitputtelijke voorraad op - van inpolderingen, afsluitdijken en natuurfilms tot toekomstreportages waarin Schiphol onder water verdwijnt en Hilversum letterlijk een eiland blijkt te zijn geworden. Ook het nieuwe venster Christiaan Huygens is zonder problemen met films, radio- en tv-programma's uit de collectie te 'laden'.
Maar wat me telkens weer verbaast is hoe weinig er over de geschiedenis van de audiovisuele media in Nederland er eigenlijk gepubliceerd wordt. En ook de omroepen doen er weinig aan. Natuurlijk, iedereen kent de onuitputtelijke reeksen die samengesteld worden door interviews met oudgedienden uit de tv-wereld te larderen met fragmentjes, of door telkens een nieuwe 25 meest schokkende, onthutsende, onthullende, grappige... wanneer komt er eens een 25 meest stompzinnige trouwens... enfin, uit de mouw te schudden: leuk, maar over de geschiedenis van radio, tv, film zeggen ze niets. Wat een wondervak eigenlijk, dat wel in staat blijkt te zijn een 8-delige reeks over het Theater te produceren, en zelfs (volgend jaar) over Nederland in zijn geheel, maar dat nauwelijks een woord vuil maakt aan de geschiedenis van het eigen medium - toch het meest invloedrijke van de afgelopen eeuw. Het onderwerp komt op omdat er eind dit jaar een geleerd boek verschijnt over televisiepionier Erik de Vries en omdat Bert van der Veer weer aan het schrijven schijnt te zijn over de televisiegeschiedenis. Het wordt tijd dat Beeld en Geluid zich wat actiever gaat opstellen in de wereld van de mediageschiedenis, denk ik; het moet wel, willen we onze alsmaar uitdijende collectie op een verantwoorde manier beschrijven en van betekenis laten zijn. Daarover deze week een aantal gesprekken gevoerd en wat eerste visjes uitgegooid.
Tezelfdertijd een wat knorrige recensie van het Historisch Nieuwsblad, dat historische musea had getest. Ze blijken bij ons vooral het Grote Verhaal te missen en het is de recensenten te chaotisch en te electrisch allemaal. Komen we er nog goed af in vergelijking met het Spoorwegmuseum, dat volledig wordt neergesabeld als een ondermaats pretpark. Dat is werkelijk een volkomen onrechtvaardig en ongegrond oordeel, kennelijk aangejaagd door een slechte ervaring met een horeca-medewerker daar. Wat me irriteert aan het geheel is niet het matige oordeel over Beeld en Geluid (6,5, mwah): wij zijn geen historisch museum, pretenderen dat ook niet, dat de experience langs die meetlat te leuk is deert me niet in het minst. Maar wel de verbluffende vooringenomenheid van de recensenten: een museum zou er zijn om één samenhangend verhaal te vertellen, met een kop en een staart. Academisch gevormde lariekoek die de discussie over het Nationaal Historisch Museum ook zou kunnen gaan vertroebelen: alle 50 vensters moeten er in (maar wat vormen die voor verhaal?). Hoeveel tijd heeft een mens in een museum? Twee uur. Inclusief koffie en plassen is dat 2 minuten per venster. Sterkte! De kracht van een museum zit hem in de veelheid van vertellingen en confrontaties die je er kunt opdoen. Musea die één verhaal willen vertellen zijn er alleen van het type 'single issue' musea dat in Historisch Nieuwsblad met de hoogste cijfers gaat strijken, zoals het gevangenismuseum in Veenhuizen. Het zij ze van harte gegund en zeker Veenhuizen is een voortreffelijk museum, maar ze verschillen van het Spoorwegmuseum (of het Rijksmuseum, of het Maritiem) als een weekendbijlage van een encyclopedie. Overigens: het is wel degelijk waar dat een flink aantal bezoekers meer helderheid vraagt over hoe gebouw en experience in elkaar zitten. De bewegwijzering wordt dezer dagen definitief gemaakt en we zijn bezig een uitgebreide plattegrond van de experience te produceren. Ik geloof nog steeds niet dat het echt nodig is, omdat mensen de weg in de experience niet kwijt raken, maar vooral 40+-ers hebben behoefte aan een steuntje in de rug. Dat verschijnsel hangt samen met het psychologische begrip 'redundantie' - één boodschap op verschillende manieren aanbieden geeft de klant zekerheid: ik zie het daar, en hier staat het nog eens opgeschreven, dus dan zal het wel kloppen. Daar zijn we wat te weinig aan tegemoet gekomen, dus dan gaan we dat alsnog doen!
Ook heb ik het druk gehad met de souvenir-DVD die vlak na de zomer moet uitkomen: een schijf met hoogtepunten uit de experience, een kort rondleidinkje door mijzelf, een film over de totstandkoming van het gebouw. En een boekje met 36 voorbeelden van scènes die in de gevel van het gebouw zijn verwerkt. Dat schrijft Saskia du Bois, die daarvoor alweer een sprintje moet trekken. Ik help haar waar ik kan. Vooral met opsporen van de scènes op de echte gevel: we hebben de plaatjes wel, maar op de buitenkant van het gebouw zijn ze niet altijd even makkelijk terug te vinden. Afhankelijk van de stand van de zon onthullen de gevel-afbeeldingen hun ware gedaante: als de zon er recht op staat zie je alleen maar kleur. Bij strijklicht zie je ze rij voor rij plotsklaps heel duidelijk worden; door heen en weer te bewegen kun je nog een paar rijen goed identificeren. Dus sta ik om de zoveel tijd buiten naar de gevel te staren om een afbeelding op te sporen. Verstandige lezertjes zullen denken: hoezo? Er zal toch wel een lijstje bestaan van welke afbeelding waar op de gevel zit? Nou, nee. In de woeste tijden van het productieproces heeft niemand eraan gedacht om op tijd een index te maken. Het blijkt meer werk te zijn om die nu alsnog te gaan opstellen (daar hebben we verschillende lijsten voor nodig, die bij verschillende bedrijven liggen en het is vakantie, u begrijpt...) dan om domweg met de plaatjes langs de gevel te speuren. Andere complicatie: de rechten op de fragmenten. Daar zit een hoop werk aan en dat komt in deze periode ongelukkig uit. Het moet een keer vakantie zijn. Ongelukkig gepland, deze productie. Maar we ploeteren dapper door, komen moet-ie toch!